Een welgestelde hel.
Mijn moeder was een beeldschone vrouw. Zij had een gave iets getinte huid, donkere ogen, korte donkere haren, een regelmatig gezicht met sterke witte tanden die glansden als parels.
Zij glimlacht zedig op de zwart witte foto van haar verloving die ik in mijn handen heb. Ik zoek naar sporen van kwaadaardigheid op het jonge gezicht van mijn moeder en vind niks waarvan ik kan zeggen: kijk, dit is een narcist!
Bij een mooie vrouw hoort een knappe man. Hij heeft dezelfde lichtjes in zijn ogen die ik zou erven. Zijn neus is kaarsrecht, zijn huid is gaaf en glad. Beiden waren ambitieus. In de jaren vijftig vorige eeuw bouwden ze een bloeiend bedrijf op. Uit deze ouders ben ik geboren in weelde en gezondheid. Alles was bereikbaar om te slagen in het leven. Het enige dat ik niet had was een moeder die van mij hield.
Net als mijn vader ben ik tegen abortus. Ik dacht aan het kind dat er misschien wel wilde zijn. En mijn vader was er, net als veel mensen, van overtuigd dat elke vrouw van haar kind houdt. Zijn vrouw wilde eerst genieten van haar pas verworven vrijheid en ze wilde een heleboel geld verdienen met hard werken. Niks mis mee dan dat ik mij aankondigde. In die tijden accepteerde men meestal een ongepland kind. Dat kon mijn moeder niet.
Mijn leven begon net na het midden van de vorige eeuw. Abortus kon je in die tijd alleen maar zelf uitvoeren. Dat heeft de moeder van mijn moeder gedaan. Tijdens de zwangerschap van het negende kind heeft ze een abortus willen forceren. Uit dit ongewenste negende kind ben ik het nog niet gewenste eerste kind.
Meteen na mijn geboorte begon de terreur. Moeder verzorgde mij niet. Zij ging gewoon weer aan het werk, in het aan huis gebouwde bedrijf en liet mij alleen in de wieg. Zo belandde ik ondervoed in het ziekenhuis. Zij loog dat haar baby niet wilde eten. Maar ik verraadde haar voor de tweede keer. De eerste keer door geboren te worden op mijn tijd tegen haar wil; de tweede keer door honger te hebben op mijn tijd tegen haar wil.
Ik groeide op in een welgestelde hel, druk bezet door een rijtje vrolijke rebellen, die stuk voor stuk werden afgericht tot gehoorzame slaven. Niemand merkte hoe stiekem moeder was. Hoe geraffineerd zij haar slechtheid kon verbergen. 'Ik ben jullie allemaal te slim af', zei ze weleens. Wij lachten erom. Vader ook. Het leek niet meer dan een onschuldig grapje.
Onder de hardwerkende handen van onze ouders breidde het bedrijf zich uit. Ons werd verteld dat wij bevoorrechte kinderen waren om onze rijkdom. De gesprekken tijdens het eten tussen onze ouders gingen altijd over geld en macht. Ik heb nooit begrepen waarom moeder boven haar man wilde staan. Ze werkten toch samen?
Nu ik ouder ben zie ik hoe geniepig hij onder onze ogen is vernederd door zijn vrouw. Haar woorden klonken onschuldig, als wat echtelijke wedijver, maar waren voor mijn vader ondraaglijk. Met de handen nog in biddende houding stond hij na tafel alweer in het bedrijf en ik kon nog net horen dat hij 'amen' zei.
In dit ogenschijnlijk gelukkige gezin heerste onzichtbaar kwaad. Niet te merken door de leden zelf, dan alleen zo nu en dan een onaangenaam gevoel. Niemand kon het zien. Alleen moeder wist het. Moeder is een verborgen narcist en psychopaat.
Tegen de tijd dat mijn kwaliteiten werden opgemerkt, deed mijn moeder alles wat zij kon om mijn educatieve ontwikkeling te ontsporen. Ik moest geloven dat ik zelf niet voldeed en raakte uit koers; verloor wat ik begon; leed aan zinloosheid, werd naar een internaat gestuurd, kreeg anorexia, en zat heel mijn leven steeds weer op de plekken waar de klappen vielen
Levenslang zat ik in de bijstand, overtuigd van mijn domheid. Ik raakte vervreemd van de arbeidsmarkt en werd een anti-kapitalist, gespeend van het arbeidsethos.
Na de dood van mijn vader kreeg moeder financieel de vrije hand en begon mij stiekem te duperen. Hiermee bracht ze mijn uitkering in gevaar. Ze bedreigde mij met de dood omdat ik haar onverhoeds ontmaskerde. De tegenslagen werden zo groot dat ik voor het eerst dacht aan zelfmoord.
Pas op mijn vijfenzestigste vond ik de passende psychologische hulp en ontdekte ik dat ik een slachtoffer van zielsmisbruik ben; van geweld zonder wapens of handen. Mijn moeder heeft een andere ziel aan mij opgedrongen dan ik van God heb gekregen. Ik werd me bewust dat een 'zelf' noodzakelijk is om jezelf te kunnen ontwikkelen in deze maatschappij. Dit zelf is weggeslagen met afbrekende woorden door mijn moeder.
Wat ik normaal ben gaan vinden dat aan mij werd misdaan, is nu abnormaal. Ik ben me ervan bewust geworden hoe ik mijn spontane reacties veroordeelde omdat ik voortdurend op mijn hoede moest zijn voor misbruik, en kon weer normaal reageren zonder mezelf stom te vinden. Ik kon met mijn coach zelfs over de ondervoede baby praten. De baby die nog steeds actueel is en besproken wordt in de familie, met als doel mij gestoord te verklaren. En kreeg spontaan drie dromen. Twee van een baby en een van een klein meisje.
De eerste baby hoorde ik ergens in de verte radeloos huilen. Ik kon het niet zien. Nadat ik me realiseerde wat hier gebeurde, nam ik mij voor deze noodlijdende baby te redden. Ik zou het desnoods van de moeder afpakken. Terwijl ik bezig was een plan te maken ontwaakte ik. Enkele uren later wist ik wie de baby was: ik ben het zelf!
Het frustreerde me dat ik niet heb gedroomd over de redding. Tot ik enige tijd later nog een droom kreeg.
In de tweede droom vond ik de huilende baby. Ik zag het van heel dichtbij toen ik met mijn kin het buikje raakte en het kind aan keek. Het staarde mij aan met grote onschuldige ogen. Deze onschuld verbaasde mij. De ogen pasten niet. Bewegingloos lag het af te wachten op wat komen ging. De witte kleertjes en de lakens waren bevuild met witte klodders, als braaksel. De witte, met kant geborduurde zijkant van de wieg, zat ook onder de witte klodders. Alles was wit. De sfeer van de dood hing in deze wieg als een offer.... aangeboden door een aangepaste gek.
Geschrokken verzekerde ik de verwaarloosde baby dat ik het beslist zou redden. Opnieuw drong pas daarna tot mij door dat ik deze baby zelf ben geweest.
In het echte leven ben ik door verpleegsters gevoed en weer teruggegeven aan de moeder. Een postnatale depressie van de moeder was de diagnose en dat kwam de narcist goed uit.
Enige tijd later kreeg ik een droom over een meisje dat een paar keer achter elkaar enthousiast naar mij toe kwam rennen. Met grote blijdschap sprong het telkens weer in mijn armen alsof het bij mij hoorde. Ze klemde haar dunne beentjes en armpjes stevig om mij heen zoals een aapje dat doet en omarmde mij zeer innig. Ik omarmde haar net zo innig terug. Terwijl het kind onder mijn borst leek te verzinken, vroeg ik me af wie zij is. Pas een dag later drong het tot mij door. Ik ben het.
Als meisje wilde ik mijn moeder redden en nam de emotionele verantwoordelijkheid voor het welzijn van het gezin over. Ik vroeg God om wijsheid in de hoop een moeder terug te vinden met liefde zoals het hoorde. Maar zij misbruikte mijn psychologische zorg en noemde mij eigenwijs. Anderen zeiden bemoedigend dat het hebben van eigen wijsheid goed is. Het verbaast mij nog steeds dat ik piepjong al in de gaten kreeg dat moeder haar eigen frustratie projecteerde op mij. Maar ik doorzag niet dat ik de hele kar trok! Tot in mijn vijftigste heb ik dit vruchteloze streven, dat mijn tweede natuur is geworden, volgehouden. Al deze, naar haar zeggen goede gesprekken, vergat zij diezelfde dag nog. Later hoorde ik dat andere familieleden tegen hetzelfde dilemma opliepen.
Heeft het leven zin als je geboren wordt uit een liefdeloze moeder en vervolgens in een maatschappij die de moederliefde heilig tot onschendbaar heeft verklaard? En kinderen de taken van falende ouders op zich nemen, om te worden afgerekend in de laatste erfenis. Als een mens een leven in een welgestelde hel tegemoet gaat, wordt veel daarvan herhaald in het volwassen leven.
'Waarom leeft een mens als hij enkel kommer en kwel heeft', klaagt Job. 'Was ik maar een misgeboorte!'
Op de momenten dat ik vastloop in mijn vraag aan mijzelf naar wat mijn wil is, lees ik van een strijdbare lotgenoot dat zij heeft gezegd tegen haar narcistische moeder, voor wie zij niet meer betekende dan een bumper tegen de arbeidsmarkt: "Ik ben blij dat ik er ben!"
Dit is zelf erkenning.
Mijn moeder is niet te redden. Zij is een volwassen vrouw en draagt haar eigen verantwoordelijkheid. In haar jonge jaren was mijn moeder een beeldschone vrouw. Zij had een gave iets getinte huid, donkere ogen, korte donkere haren, een regelmatig gezicht met sterke witte tanden die glansden als parels. Zij glimlacht zedig...
Een kwaadaardig mens is kwaad in de aard. Dit huist in het hart waar je het niet kunt zien. Als klein meisje wilde ik zo mooi worden als mijn moeder. En nu wil ik alleen nog maar dat aan de onzekerheid een einde komt, wat betekent dat mijn moeder dood is.
25 augustus 2025.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten